Het eerste wedstrijdonderdeel is een dressuurproef. Afhankelijk van jouw klasse rijdt je verschillende oefeningen op de letters of vrij in de baan. Een dressuurproef duurt ongeveer 6 tot 8 minuten. Gedurende deze proef toon je de mate van je basistraining. In elke klasse neemt de moeilijkheidsgraad van de oefeningen toe.

Vanaf de laagste klasse rijd je de dressuurproef op muziek en uit je hoofd. Naast de uitvoering van de oefeningen wordt je ook beoordeeld op het geven van hulpen, de correctheid van de gangen en de samenwerking met jouw paard. Daarnaast wordt er gekeken naar het algemene beeld, dus hoe jij jezelf presenteert.

In de masterklasse wordt er éénhandig gereden in alle onderdelen. Het ultieme bewijs van een paard dat goed aan de hulpen is en waarbij het lichaam van ruiter en paar als een functioneren op basis van vertrouwen en alertheid.